Start met foto-raadsels: Toon een foto en laat bewoners raden welk woord ermee te maken heeft.
Droedels uitleggen: Laat zien wat een droedel is en raad samen welke afbeelding ermee wordt bedoeld.
Rebusspuzzel proberen: Werk samen aan rebussen waarbij letters en woorden een gezegde vormen.
Wiskundevraagstukken aanpakken: Lees de vraagstukken voor en geef bewoners tijd om samen of alleen uit te rekenen.
Gezegden aanvullen: Zeg het eerste deel van een spreekwoord en laat bewoners het ontbrekende woord invullen.
Fouten zoeken: Laat bewoners spelling- en grammaticafouten in de zinnen opsporen.
Afronden: Sluit af met dank en een koffie of snack om de gezelligheid vast te houden.